Concoursregelement - NOVAMweb

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Concoursregelement

Reglementen


Reglement concoursen/festivals orkesten en ensembles

ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1

1. Overal waar in dit reglement een persoon met het mannelijk woord is aangeduid, is ook het vrouwelijk woord bedoeld.
2. In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de organisatie: de Nederlandse Organisatie Voor Accordeon en Mondharmonica, afgekort "NOVAM";
b. organisatiebestuur: het algemeen bestuur van de organisatie;
c. organisator: de organisatie, een vereniging, instantie, of een persoon belast met de realisatie van een concours.
1. concours: Een evenement waarbij een deelnemer zich in een bepaalde divisie vrijwillig laat beoordelen op een muzikale prestatie. Beoordeling vindt plaats:
I. door middel van een punten systeem en/of  
II. door middel van een verbaal systeem;
2. festival: Een evenement waarbij een deelnemer zich (buiten indeling in enige divisie) vrijwillig laat beoordelen op een muzikale prestatie. Beoordeling vindt plaats door middel van een verbaal systeem;
3. deelnemer: een orkest als bedoeld onder lid 2, sub j van dit artikel;
4. tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, wordt in dit reglement onder „concours‟ eveneens begrepen „festival‟;
d. concourssecretaris: de door de algemene ledenvergadering benoemde functionaris, belast met de voorbereiding en afwikkeling van de concoursen;
e. het bestuur: het bestuur van een organiserende vereniging;
f. inschrijfgeld: het voor een concours verschuldigde bedrag, eventueel vermeerderd met BUMA-rechten en contributie. Voor de leden die niet op de ledenlijst voorkomen die op het moment van inschrijving voor een concours van toepassing is, worden tevens contributie en BUMA-rechten geheven.
g. jury: kommissie van beoordeling, bestaande uit muziek-vaktechnische personen;
h. divisie: benaming van de concoursklasse;
i. orkest: een groep van tenminste zes personen onder leiding van een dirigent, voor het merendeel bestaande uit bespelers van het accordeon (respectievelijk mondharmonica). Het karakter van de groep dient te worden bepaald door deze instrumenten en staat ter beoordeling aan de jury;
j. beroepsmusicus: een persoon, van wie het wezenlijk (75% of meer) bestanddeel van zijn inkomen en/of werkzaamheden bestaat uit lesgeven en/of praktisch musiceren op de instrumenten welke onder het ressort van de organisatie vallen, e.e.a. ter beoordeling van het organisatiebestuur;
k. repertorium: een lijst van muziekwerken; per divisie is de samenstelling verschillend en aangepast aan de eisen voor die divisie; de lijsten worden ieder jaar door het organisatiebestuur op voordracht van de Technische Advies Kommissie Orkesten vastgesteld.
l. vereniging: een rechtspersoonlijkheid bezittend orgaan, ingeschreven in het Verenigingsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken.
m. diskwalificatie: het uitsluiten van een deelnemer van verdere deelname aan een concours. Eventueel behaalde resultaten kunnen worden geannuleerd. Artikel 2

Evenementen georganiseerd volgens de bepalingen van dit reglement worden NOVAMconcoursen/festivals genoemd.
 
ORGANISATIE EN VOORBEREIDING


Artikel 3

1. Organisatoren die een concours willen verzorgen, dienen daartoe van tevoren toestemming van het organisatiebestuur te verkrijgen. Aanvragen daartoe dienen uiterlijk zes maanden voor de aanvang van het voorafgaande jaar schriftelijk bij het organisatiebestuur te worden ingediend.
2. Het organisatiebestuur bepaalt aan welke organisator de gevraagde toestemming zal worden verleend.
3. Toestemming zal slechts worden verleend, indien het bestuur van de organisatie die het concours aanvraagt zich akkoord verklaart met de door het organisatiebestuur vastgestelde algemene richtlijnen, aanwijzingen en voorwaarden voor de organisatie van een concours.
4. Een eenmaal vastgesteld concours mag door de desbetreffende organisator niet worden verplaatst of afgelast, zonder te overleggen met de organisatie.
5. Voor de concoursen geldt een minimum deelname van tien en een maximum deelname van twintig orkesten per dag per zaal; van dit minimum en maximum kan met toestemming van het organisatiebestuur worden afgeweken.
6. De concourssecretaris draagt er zorg voor dat op de dag waarop het concours wordt gehouden ter plaatse aanwezig zijn:
a. een exemplaar van de statuten en het huishoudelijk reglement;
b. een exemplaar van het concoursreglement en de geldende repertoria;
c. alle inschrijfformulieren;
d. de aan de deelnemers uit te reiken oorkonden;
e. de ingevulde jurystaten in duplo;
f. de uit te voeren werken.
g. de organisatie draagt er zorg voor dat t.b.v. de juryleden van de repertoriumwerken 3 exemplaren van de uit te voeren werken aanwezig zijn.
  
VOORWAARDEN VOOR DEELNAME AAN CONCOURS/FESTIVAL


Artikel 4

1. Indien men wenst deel te nemen aan een concours/festival, dient voor iedere deelnemer het verschuldigde inschrijfgeld vooraf te worden overgemaakt aan het organisatiebestuur.
 De sluitingstermijn voor inschrijving is gesteld op een maand voor de datum van het concours.
2. Wanneer een deelnemer een aanvraag daartoe heeft gedaan zal deze het (de) benodigde inschrijfformulier(en) ontvangen. Dit (deze) dien(t)(en) volledig en naar waarheid ingevuld en door de deelnemer ondertekend, binnen de door de organisatie bepaalde termijn te worden ingezonden aan de door de organisatie aangewezen functionaris
3. De inschrijving is eerst officieel wanneer inschrijfgeld en inschrijfformulier(en) zijn ontvangen bij het organisatiebestuur of de hiervoor aangewezen functionaris, en bij verenigingsdeelname de secretaris van de organisatie in het bezit is gesteld van de door het verenigingsbestuur ondertekende inlichtingen- en ledenstaten, zoals die gelden voor het lopende kalenderjaar.
4. Met inachtname van de hierna volgende punten mag een deelnemer meerdere malen per jaar op een concours uitkomen:
a. met twee werken uit het repertorium, waarbij voor het volgende concours in eenzelfde kalenderjaar de keuze der werken een verschillende moet zijn dan voor het eerste;
b. deelname met dezelfde werken uit het repertorium op het volgende concours in eenzelfde kalenderjaar is toegestaan, indien buiten mededinging wordt deelgenomen.
c. deelname met twee vrije werken is toegestaan, indien tenminste zes maanden voor de concoursdatum daartoe een verzoek is ingediend bij het organisatiebestuur, en hiervoor toestemming is verkregen. De moeilijkheidsgraad van de werken dient in overeenstemming te zijn met de divisie, waarin wordt uitgekomen; dit ter bepaling aan het organisatiebestuur die daarbij geadviseerd wordt door de Technische Advies Kommissie(s).
5. Zodra het maximum aantal deelnemers voor een concours is bereikt, vervallen automatisch alle nadien ontvangen inschrijvingen, ook al zijn deze ontvangen binnen de door het organisatiebestuur bepaalde inschrijvingstermijn.
 De desbetreffende deelnemer(s) word(t)(en) hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht.
Alle inschrijvingen worden op volgorde van binnenkomst door de door de organisatie aangestelde functionaris afgehandeld.
6. Leden van de organisatie hebben bij inschrijving voorrang boven niet-leden.
7. De concoursregeling is onverkort van toepassing voor orkesten uit het buitenland.

Artikel 5

1. De namen van alle leden van een deelnemend orkest dienen als bijlage op het in artikel 4 lid 2 bedoelde inschrijfformulier te worden toegevoegd.
2. Verenigingen die, zonder toestemming van het organisatiebestuur, deelnemen aan een concours, met personen die niet voorkomen op de ingestuurde verenigingsstaat die geldt op het moment van deelname aan een concours, worden overeenkomstig artikel 1 n gediskwalificeerd.
3. Een aan een concours deelnemend orkest mag, behalve de dirigent, maximaal één beroepsmusicus omvatten.
Met een gemotiveerd verzoek aan het organisatiebestuur tot ontheffing, en met toestemming van het organisatiebestuur, zijn van deze bepaling uitgesloten de bespelers van een instrument dat niet onder het ressort van de organisatie valt.
4. Ingeval van ziekte of andere ontstentenis van andere dan de bespelers van instrumenten die niet onder het ressort van de organisatie vallen, mogen deze niet worden vervangen door beroepsmusici.
5. Een lager gekwalificeerd orkest mag zonodig met maximaal één lid per partij van een hoger gekwalificeerd orkest van de eigen of een andere vereniging worden aangevuld. Op verzoek van de deelnemer kan hiervan door het organisatiebestuur, gehoord de Technische Advies Kommissie Orkesten, worden afgeweken.
6. In geval een orkest niet voldoet aan het bepaalde in de leden 3, 4 en/of 5 van dit artikel, volgt diskwalificatie.

Artikel 6

1. Indien gewenst of noodzakelijk kan de concourssecretaris of de door het organisatiebestuur aangestelde functionaris een nadere identificatie van (een) speler(s) verlangen.
2. Tijdens het concert mogen slechts die personen op het podium aanwezig zijn, die daadwerkelijk op dat moment aan het concours deelnemen.
3. Reclames over voorvallen tijdens het concours dienen schriftelijk binnen veertien dagen na het desbetreffende concours bij het organisatiebestuur te worden ingediend.
 

Artikel 7

1. De volgorde waarin de deelnemers zullen optreden, wordt door de concourssecretaris bepaald met dien verstande, dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de divisie-indeling en/of de eventuele reisduur van een deelnemer.
2. Indien een deelnemer, om welke reden dan ook, niet op het geplande tijdstip kan optreden, heeft de concourssecretaris of de door het organisatiebestuur aangestelde functionaris het recht de desbetreffende speelgroep van deelname uit te sluiten.
3. Bij het in het vorige lid bedoelde geval van uitsluiting wordt het inschrijfgeld verbeurd verklaard, tenzij het organisatiebestuur anders mocht beslissen.
4. Verbeurdverklaring van het inschrijfgeld vindt eveneens plaats indien een aangemelde deelnemer de deelname intrekt, tenzij het organisatiebestuur anders beslist.
5. Indien een orkest zonder deugdelijke reden en zonder afmelding niet op de geplande uitvoeringsdag aanwezig blijkt te zijn, volgt, indien de termijn als bedoeld in artikel 13, lid 7 verstreken is, degradatie naar een lagere divisie, zonder recht op herkansing in het daaropvolgende jaar.

Artikel 8A Festivalklasse


1. De festivalklasse is toegankelijk voor orkesten; de festivalklasse is niet ingedeeld in niveaus.
2. Deelnemers kunnen uitkomen met twee werken naar eigen keuze voor wat betreft aard van het werk en het niveau.
3. Er moeten minimaal 2 werken worden gespeeld met een maximale totale tijdsduur van een kwartier.

Artikel 8B Concertconcours


1. Jaarlijks biedt de organisatie de mogelijkheid tot deelname aan een concertconcours.
2. Op deelname aan dit concertconcours zijn alle bepalingen uit dit reglement van toepassing, met dien verstande dat bij deelname de orkesten een programma uitvoeren van minimaal “x” minuten en maximaal “y” minuten, waarbij ten minste 1 werk uit het repertorium van de desbetreffende divisie wordt uitgevoerd. De tijdslimieten worden omschreven in het desbetreffende subartikel.  a.     Inspeelwerk.
Voorafgaande aan de uitvoering van het te beoordelen programma mag het orkest een vrij te kiezen inspeelwerk van maximaal 3 minuten ten gehore brengen. De functie hiervan is inspelen, wennen aan de akoestiek van de ruimte en de mogelijkheid om nog verbeteringen in de zuiverheid aan te brengen.
De tijd die gebruikt wordt voor dit inspeelwerk telt mee als onderdeel van de totale speeltijd.
b. Te beoordelen onderdelen 1, 2a en 2b.
Elk deelnemend orkest is verplicht om een werk uit te voeren uit het “Klein Repertorium” (te beoordelen onderdeel 1) en uit het “Groot Repertorium” (te beoordelen onderdeel 2a), beide uit de divisie waarin het orkest uitkomt. Daarnaast zal het orkest twee of meerdere werken uitvoeren, die geheel vrij in keuze zijn (te beoordelen als onderdeel 2b). De onderdelen 2a en 2b zijn samen gebonden aan tijdslimieten, die per divisie vastgesteld zijn.
c. De programmavolgorde.
De volgorde van de te beoordelen onderdelen 1, 2a en 2b is geheel vrij te kiezen en wordt door het orkest en zijn dirigent op artistiek-programmatische gronden bepaald en aangegeven op het inschrijfformulier. Eventuele wijzigingen in deze volgorde moeten ruimschoots voor aanvang van het concoursoptreden worden doorgegeven aan de concourssecretaris.
d. Toelichting betreffende de tijdlimieten voor de onderdelen 1, 2a en 2b.

3e divisie:                                                                                 2e divisie:
Inspeelwerk: max.     3 min.                                                       
Inspeelwerk: max.  3 min.
Onderdeel 1: max.      8 min.                                                      
Onderdeel 1: max.            10 min.
Onderdeel 2a + 2b: max.  12 min.                                               
Onderdeel 2: max.            15 min.
Totale speeltijd: max.       23 min.                                             
 Totale speeltijd: max.            28 min.

1e divisie:                                                                                 Eredivisie:
Inspeelwerk: max.     3 min.                                                       
Inspeelwerk: max.  3 min.
Onderdeel 1: max.               12 min.                                           
Onderdeel 1: max.            15 min.
Onderdeel 2a + 2b: max.      18 min.                                          
Onderdeel 2: max.            20 min.
Totale speeltijd:max.         33 min.                                            
Totale speeltijd: max.            38 min.

Divisie Superieur:
Inspeelwerk: max.     3 min. Onderdeel 1: max.               15 min. Onderdeel 2a + 2b: max.     25 min. Totale speeltijd:  max.     43 min.


MUZIEKWERKEN


Artikel 9

1. Een deelnemer dient tenminste twee muziekwerken, waarvan 1 uit het repertorium, te spelen.
a. Iedere deelnemer heeft maximaal drie minuten gelegenheid om in te spelen in de concoursruimte.
b. Deelnemers, met uitzondering van de testdivisie voeren de volledige muziekwerken uit, tenzij in overleg met de Technische Advies Commissie anders is besloten.
2. Een orkest kan als volgt aan een concours deelnemen:
a. in de testdivisie met twee werken vrij naar keuze;
b. in de jeugddivisie met een repertoriumwerk en een vrij werk van minimaal derde divisie niveau;
c. voor de overige divisies met een keuze van twee werken uit het repertorium, of met een repertoriumwerk en een vrij werk, beide van het niveau waarin het orkest deelneemt.
3. De repertoria worden ieder jaar door het organisatiebestuur vastgesteld; de Technische Advies Commissie (TAC) Orkesten dient het organisatiebestuur hierbij van advies. Ten behoeve van de voorbereiding op concoursen in het komende kalenderjaar, worden de repertoria in een daaraan voorafgaand nummer van het organisatie-orgaan bekend gemaakt, en wel in de op één na laatst verschijnende uitgave van het jaar voorafgaand aan het nieuwe concoursjaar.
4. Indien een orkest op een concours een werk wenst te spelen waarvan het niveau en/of de muzikale stijl afwijkend is van de werken, welke voorkomen in het repertorium van de desbetreffende divisie, dient een gemotiveerd verzoek tot ontheffing te worden ingediend bij het organisatiebestuur; dit verzoek dient vergezeld te gaan van de partituur van het desbetreffende muziekwerk. Bij het bepalen van haar antwoord op het verzoek tot ontheffing maakt het organisatiebestuur gebruik van de adviezen, welke dienaangaande worden verstrekt door de TAC-Orkesten. De uiteindelijke beslissing over het verzoek is bindend; per concours kan een orkest maximaal voor één werk ontheffing worden verleend.
5. Het is niet toegestaan op een concours een muziekwerk te spelen, waarmee het orkest op een vorig concours reeds aan een concours deelnam, tenzij tussen het concours en het vorig concours een periode is gelegen van meer dan 3 jaar.
6. Indien een orkest ontheffing heeft verkregen voor het spelen van een muziekwerk zoals bepaald in lid 4 van dit artikel, dienen bij inschrijving drie gelijkluidende partituren te worden ingezonden naar de concourssecretaris.
7. Het is aan deelnemende orkesten niet toegestaan om aan een concours deel te nemen met gekopieerde bladmuziek en/of partituren, anders dan is toegestaan volgens de voorschriften op grond van de Auteurswet en/of enige andere regeling op het gebied van het auteursrecht.
Op overtreding van het gestelde in deze bepaling volgt diskwalificatie, overeenkomstig het gestelde in artikel 1 n. Tevens kan de organisatie van de in overtreding zijnde speelgroep of vereniging verlangen, de kopieën te overhandigen aan de concourssecretaris, die namens de organisatie zorg zal dragen voor vernietiging. Bij herhaalde overtreding door een orkest of vereniging van het gestelde in deze bepaling, is de organisatie gerechtigd de desbetreffende instantie(s) ter bescherming van het auteursrecht (BUMA) op de hoogte te brengen.  
Indien op verzoek van de concourssecretaris een deelnemend orkest of vereniging partituren dient te kopiëren, welke door de jury ter beoordeling worden gebruikt, worden deze kopieën na afloop van het concours door de organisatie ingenomen.

JURYCOLLEGE


Artikel 10

1. Het algemeen bestuur benoemt jaarlijks de jurycolleges.
Deze bestaan, wanneer het gaat om een jurycollege voor orkesten, uit drie personen. Daarnaast wordt 1 jurylid als reservelid aangewezen. Bij de jurycolleges voor orkesten geldt, dat slechts twee personen uit de jury het daaropvolgende jaar weer als jurylid mogen fungeren met dien verstande, dat een jurylid nooit langer dan drie achtereenvolgende jaren in de jury zitting mag hebben. Na deze termijn dient een jurylid minstens één jaar niet als zodanig werkzaam te zijn.
2. De jury kiest uit haar midden voor de duur van een jaar een voorzitter.
3. Een jurylid mag geen dirigent zijn van een aan dat concours deelnemende vereniging, noch op enigerlei wijze in verband staan met een aan dat concours deelnemende vereniging, e.e.a. ter finale beoordeling door het organisatiebestuur.
4. Personen die aanwijzingen geven aan, repetities bijwonen van, of in een voorafgaande periode van drie jaar op enige wijze verbonden zijn of zijn geweest met een aan een concours deelnemend orkest mogen geen deel uitmaken van de jury.
5. De plaats der jury wordt zodanig gekozen, dat zij in ieder opzicht tactvol is, en dat de juryleden de uitvoerende orkesten kunnen horen en zien, en zonodig aanwijzingen kunnen geven.
6. Tijdens een concours mag (mogen) in de onmiddellijke omgeving van de jury slechts aanwezig zijn de daarvoor door de concourssecretaris aangewezen persoon (personen).
7. De voorzitter van de jury geeft het teken om te beginnen met de uitvoering van het muziekwerk.
8. De concourssecretaris of diens plaatsvervanger(s) stelt (stellen) blanco beoordelingsstaten in tweevoud aan ieder der juryleden ter hand. Deze vullen elk hun beoordelingsstaten duidelijk en met onuitwisbaar schrift in.
 De jury dient haar cijfers uitvoerig te motiveren.
De beoordeling dient in het Nederlands te geschieden, tenzij anders is overeen gekomen bij afzonderlijk reglement (bij internationale concoursen onder auspiciën van de organisatie en/of het E.A.O.V of C.I.A., IHO/FIH).
9. Na het optreden van ieder orkest worden de door elk jurylid opgemaakte en ondertekende beoordelingsstaten overhandigd aan de concourssecretaris of diens medewerker(s), die de punten tellen.
10. Nadat de uitslag is bekend gemaakt ontvangt het desbetreffende orkest de originele exemplaren van de beoordelingsstaat.
11. Tegen de beoordeling door de jury is géén beroep mogelijk. Jaarlijks draagt de organisatie zorg voor een evaluatie van de in dat jaar uitgebrachte beoordelingen.
12. De jury dient aanwezig te zijn tot en met de beoordeling van het laatst optredende orkest, en zal behoudens tijdens de officiële pauze, zijn plaats niet verlaten.
13. Bij internationale concoursen, georganiseerd onder auspiciën van de NOVAM, al dan niet in samenwerking met het E.A.O.V., is het organisatiebestuur gerechtigd het aantal leden van het jurycollege aan te passen.


BEOORDELING


Artikel 11
 
1. De beoordeling geschiedt over de zes volgende rubrieken:
1. Techniek, en meer specifiek:
2. balgvoering, cq. ademtechniek;
3. klankgehalte, o.a. registratie c.q. toonvorming; 4.  Interpretatie, en meer specifiek:  
In deze rubriek wordt het onderdeel artistiek-programmatische gronden ondergebracht. Dit geldt alleen bij deelname in de concertafdeling 5. voordracht, o.a. nuancering, dynamiek, frasering;
6.  samenspel en ritmiek.
2. Het oordeel van een jurylid omtrent de kwaliteit van de uitvoering van ieder muziekwerk voor ieder van de zes hiervoor genoemde rubrieken wordt uitgedrukt in de cijfers 1 t/m 10. Aan deze cijfers moet de volgende betekenis worden gehecht:

1 = zeer slecht
2 = slecht
3 = zeer onvoldoende
4 = onvoldoende
5 = twijfelachtig  6 = voldoende
7 = ruim voldoende
8 = goed
9 = zeer goed
10= uitmuntend

Halve punten mogen ook gegeven worden. Tevens kan de waardering uitsluitend in een verbaal verslag tot uitdrukking worden gebracht. Punten worden dan niet gegeven.
In zijn algemeenheid geldt dat voor de divisies 3e t/m 1e en Ere degradatie volgt bij een gemiddelde van lager dan een 6.
Voor orkesten volgt in de Superieure divisie degradatie bij een gemiddelde van lager dan een 8. Promotie volgt voor alle divisies bij een gemiddelde van een 8 en hoger en bij de promotie vanuit de Eredivisie naar de Superieure divisie bij een gemiddelde van een 9 en hoger.

Divisie                       
Degradatie                               Promotie
Jeugd                       
Nvt                                          Nvt
3e                            
Minder dan 216 punten              288 punten of meer
2e                            
Minder dan 216 punten              288 punten of meer
1e                            
Minder dan 216 punten              288 punten of meer
Ere                           
Minder dan 216 punten              324 punten of meer
Superieure                
Minder dan 288 punten               Nvt

 
CLASSIFICATIE


Artikel 12

1. Deelnemers zijn ingedeeld in divisies, welke afzonderlijk worden beoordeeld.
2. De deelnemers bepalen in overleg met het bestuur van hun vereniging respectievelijk hun docent in welke divisie zij uitkomen, tenzij:
a. een jury op een vorig concours een bindend advies heeft gegeven tot deelname in een bepaalde divisie;
b. plaatsing in een lagere divisie als bedoeld in artikel 13, leden 2 en 3 heeft plaatsgevonden.
3. Indien een deelnemer in onzekerheid verkeert over de divisie, waarin men dient uit te komen, mag gebruik worden gemaakt van de testdivisie.
4. Via de test-divisie kan een deelnemer nooit rechtstreeks hoger worden ingedeeld dan de eerste divisie.

Artikel 13

1. In de testdivisie kunnen uitkomen de deelnemers, die nog nimmer op een concours uitkwamen. Van de testdivisie kan tevens gebruik worden gemaakt overeenkomstig het gestelde in artikel 12 lid 3.
2. Indien een orkest tijdens het concours waar zij het laatst aan hebben deelgenomen in een divisie minder dan 216 punten heeft behaald, wordt dit orkest geplaatst in de naast lager gelegen divisie.  
3. Indien een orkest niet voldaan heeft aan de termijnplicht als bedoeld in lid 6 van dit artikel, wordt dit orkest geplaatst in de naast lager gelegen divisie.  
4. In de eredivisie worden geplaatst de orkesten, welke uitkwamen in de Superieure divisie en minder dan 288 punten behaalden. Tevens worden in de eredivisie geplaatst de orkesten, welke reglementair behoorden tot de Superieure divisie en niet aan de termijnplicht van lid 6 van dit artikel hebben voldaan.
5. Orkesten welke een promotie behaalden tijdens het concours waar zij het laatst aan deelnamen, en welke voldoen aan de termijn plicht van lid 6 van dit artikel, worden geplaatst in de naast hoger gelegen divisie.
6. Voor iedere divisie is de termijnplicht drie jaren.
7. Ingeval van overmacht kan een vereniging het organisatiebestuur verzoeken om uitstel ontheffing van de termijnplicht. Dit verzoek moet tenminste zes maanden voor het verstrijken van de verplichtingtermijn met een duidelijke motivatie worden ingediend.
Het termijnplichtige orkest kan van haar concoursplicht worden ontheven met als uitsteltermijn maximaal één jaar.
8. Het organisatiebestuur is gehouden termijnplichtige orkesten tijdig in het voorafgaande jaar, door persoonlijk schrijven, op de hoogte te brengen van deze termijnplicht.  
Daarbij is de onder lid 7 van dit artikel genoemde termijn steeds te berekenen vanaf het tijdstip dat een orkest voor het laatst aan een concours deelnam. Internationale concoursen worden met betrekking tot de behaalde resultaten gelijkgesteld aan NOVAMconcoursen/festivals, mits twee werken worden gespeeld van het door de NOVAM gewenste niveau.
9. Het organisatiebestuur is verplicht termijnplichtige orkesten, die geen uitstel als bedoeld in lid 8 van dit artikel hebben gevraagd en verkregen, schriftelijk op de hoogte te brengen van de plaatsing in de naast lager gelegen divisie.Indien de leeftijd van de orkestleden niet hoger is dan 20 jaar, kan een vereniging besluiten deel te nemen in de jeugddivisie.
10. In deelnemende jeugdorkesten mogen de bespelers van bij-instrumenten ouder zijn dan 20   jaar.
11. Bij deelname in de jeugddivisie ontvangt men behalve een opbouwende beoordeling tevens een waardering in punten, dit overeenkomstig artikel 11 van dit reglement.
12. Deelname in de jeugddivisie houdt in, dat men niet kan degraderen of promoveren.

OORKONDEN

Artikel 14

1. Iedere deelnemer ontvangt van het organisatiebestuur een oorkonde. Deze oorkonde dient onder meer te bevatten de naam van het orkest, de plaats en de datum waarop het concours is gehouden en de divisie waarin werd deelgenomen.
2. De oorkonde moet worden ondertekend door de juryleden en door een of meerdere leden van het organisatiebestuur.

PRIJZEN


Artikel 15

1. Het is de organisator verplicht aan de door de organisatie uit te reiken oorkondes, prijzen zoals bekers, medailles en dergelijke toe te voegen: "NOVAM-concours te ..........op .........." (plaats/datum).
2. Door het organisatiebestuur wordt ieder jaar voor elke divisie, echter met uitzondering van de testdivisie, een ereprijs uitgereikt aan de deelnemer, welke in die divisie over het totaal aantal concoursen het hoogste aantal niet afgeronde punten heeft behaald. De deelnemer ontvangt in dergelijke gevallen het daarbij behorende certificaat. Voor de uit te reiken ereprijzen geldt per divisie een minimum deelname van drie speelgroepen.
3. Naast de in lid 2 van dit artikel bedoelde ereprijzen bestaat er een wisselprijs die wordt uitgereikt aan de deelnemer, die over het totaal aantal concoursen en over alle divisies het hoogste aantal niet afgeronde punten heeft behaald; bezitter van een wisselprijs wordt de deelnemer die drie achtereenvolgende kalenderjaren, of vijfmaal in totaal, het hoogste aantal punten heeft behaald. De wisselprijs wordt in dit geval vervangen door een replica.
Het desbetreffende orkest moet dan evenwel onafgebroken deel van de organisatie hebben uitgemaakt. Van deze bepaling is de testdivisie uitgezonderd.
4. Door de organisatie wordt een wisselprijs voor de sector mondharmonica-speelgroepen beschikbaar gesteld; de test- divisie valt hier buiten.
5. Indien een splitsing van een vereniging na een concoursjaar zodanig is, dat de aan het concours deelnemende formatie als zelfstandige nieuwe aangesloten vereniging voortbestaat, dient een desbetreffende wisselprijs aan de organisatie te worden teruggezonden. De organisatie retourneert de wisselprijs met de ter zake doende gegevens aan de nieuwe vereniging.
Is de splitsing zodanig dat de formatie, die de wisselprijs heeft behaald, voor het grootste deel behouden blijft, dan blijft de wisselprijs in het bezit van die vereniging.
6. De vereniging die zich tussentijds uit de organisatie terugtrekt, wordt geroyeerd of ontbonden, en die in het bezit is van een wisselprijs voor een jaar, is verplicht deze wisselprijs terstond bij het organisatiebestuur in te l


SLOTBEPALINGEN


Artikel 16

In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet, neemt het organisatiebestuur in overleg met de concourssecretaris een beslissing.

Artikel 17

Voorstellen tot wijziging van dit reglement moeten schriftelijk worden ingediend bij het organisatiebestuur.
Zij vereisen ter goedkeuring op een algemene ledenvergadering een meerderheid van twee-derde van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 18

Dit concoursreglement treedt in werking op 8 april 2006.



Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu